Vroeger kwamen op het platteland nauwelijks achternamen voor. Men gebruikte al eeuwen het patroniem systeem: Jan Pieters (Jan zoon van Pieter), Albert Everts (Albert zoon van Evert), etc. In 1811, tijdens de Franse overheersing, werd de burgelijke stand ingevoerd. Gelijktijdig werd men verplicht een achternaam aan te nemen. Sommigen namen de naam van het patoniem aan (versteend patroniem), anderen namen een naam afgeleid van hun beroep aan (Boer, Bouwman, Timmerman, etc.). Het Meertens Instituut doet onderzoek naar de herkomst en verspreiding van achternamen.